LKC LVB | Links | Contact

Redactie

Redactie

donderdag, 11 juli 2019 15:54

EEN DAGJE OP VISITE

“Het waren fantastische dagen”, zegt Erie Merkus, “ze waren lang en intensief maar ik kwam vol energie thuis.” Merkus is beleidsadviseur van de VOBC en het gesprek gaat over de eerste visitatiecyclus die de VOBC in 2018 is gestart. Daar ging veel, heel veel gepraat en overleg aan vooraf. Maar uiteindelijk was daar het ‘OBC in Perspectief’ (2018) een document met kwaliteitscriteria die, indien een OBC eraan voldoet, op termijn het gelijknamige keurmerk gaan opleveren.

Nu de OBC’s hun geld krijgen van de gemeenten en die gemeenten vaak niet precies weten wat een OBC is noch wat het doet, wordt de noodzaak gevoeld om dat duidelijk te maken. Gezocht is naar een manier om de kwaliteit van de hulpverlening aan te tonen.
In eerste instantie koos men voor de kwantitatieve benadering. Dat resulteerde in het turven en registreren van talloze gegevens en werd door de OBC’s al gauw als ondoenlijk ervaren. Bovendien, welke betekenis moet er aan al die aantallen gekoppeld worden? Besloten werd dat om kwaliteit duidelijk te maken, de benadering juist kwalitatief moet zijn. De criteria voor die kwaliteit zijn in samenspraak met alle leden van de VOBC vastgelegd in het net genoemde ‘OBC in Perspectief’. Geen vaag opstel, maar een duidelijk geformuleerde, ambitieuze meetlat voor hoogstaande LVB-behandelzorg. Een meetlat die door de OBC’s zelf zal worden gehanteerd middels een systeem van onderlinge visitaties. Een serie uitgebreide bezoeken werd gepland.

In januari 2018 was het dan zover, de eerste visitatieronde ging van start. De OBC’s werden bezocht door een commissie die bestond uit de vaste deelnemers oud- Ambiq bestuurder Diny Haafkes en Ellis Jongerius (LFB). Zij werden vergezeld door een directeur of manager, een gedragsdeskundige, alsmede een uitvoerend professional van een collega OBC. Erie Merkus van de VOBC die de visitaties had georganiseerd was er ook altijd bij. “De visitaties geschiedden op basis van vertrouwen. Van te voren had het te bezoeken OBC een zelfevaluatie opgestuurd waarin het aangaf hoe het ervoor stond ten aanzien van de kwaliteitscriteria. Men was heel open over zaken waarmee men worstelde of die beter konden. De thema’s en punten voor de visitatie konden we eruit oppikken. Zo werd voor elke visitatie een strakke en op het betreffende OBC toegesneden agenda gemaakt. Soms dook er tijdens de dag een onverwachte kwestie op waarvoor we dan alsnog inbraken op de agenda.”

De dag begon steevast met koffie en een ‘pitch’ waarin de instelling feiten, cijfers en missie presenteerde. Voor de betrokkenen behoorlijk spannend. Daarna splitste de commissie zich op, de managers gingen praten met managers en de praktijkmensen met de praktijkmensen. Is er geen risico dat een instelling zich bij zo’n geplande visitatie beter voordoet dan zij is? Dat er zaken verdoezeld worden? “We zijn getroffen door de openheid waarmee we werden verwelkomd en waarmee de instelling zich presenteerde. Van window dressing heb ik niet veel gemerkt. Men vond het juist heel fijn om eens vrijuit te kunnen praten over het werk. Wat er goed en niet goed gaat. De houding van de commissie was bewust positief kritisch waardoor ze niet als bedreigend werd ervaren. Wij hadden nadrukkelijk afgesproken niet te snel te oordelen. “

Aan het oordeel van de cliënten wordt veel belang gehecht in de kwaliteitsbeoordeling. Het contact met die groep vond niet altijd plaats en is een punt van verbetering, aldus Merkus. Maar ze waren er wel.

“We kregen heerlijke lunches die bij sommige OBC’s door cliënten waren gemaakt. Een keer werden we rondgeleid langs behandelgroepen door een cliënt. Die jongen deed dat zo fantastisch dat wij dachten ‘wat doet die hier’? Later hoorden we dat de jongen niet op een belangrijke afspraak was komen opdagen. Nadat hij ons had rondgeleid was hij bij een vriend blijven hangen en de afspraak totaal vergeten. Zo zie je weer dat een jongere met een LVB lang niet altijd op het eerste gezicht te herkennen is. En ook veel wél goed kan.”

Bij een ander OBC liep de hele dag een stoere knul met de commissie mee. Hij bleek zich er enorm op verheugd te hebben om zijn hobby te laten zien. Toen daar geen tijd voor was – de agenda liep natuurlijk altijd uit -  barstte hij bijna in tranen uit. Uiteraard hebben de commissieleden toen ter plekke tijd gemáákt en van een, weliswaar sterk ingekort, hardrock optreden genoten.

Rond half vier kwamen op zo’n dag de commissieleden weer bij elkaar en gingen een uur in conclaaf. Daarna kreeg het gevisiteerde OBC een eerste indruk te horen. Wat waren die zoal? “De mensen die in de OBC’s werken zijn zeer bevlogen en deskundig en hebben een groot hart voor de doelgroep: jongeren met een LVB. Dat is echt wat er bij mij meteen naar boven komt” zegt Erie Merkus, “Iedereen doet aan deskundigheidsbevordering en staat open voor vernieuwing en verbetering. Maar we zagen ook dat OBC’s soms meer plannen hebben dan ze op dit moment kunnen waarmaken.”
Duidelijk werd ook dat de OBC’s nog midden in de omslag naar het werken met gemeenten zitten en dat dat razend ingewikkeld is. Sommige werken met zeer veel gemeenten en regio’s die vaak een verschillend beleid voeren. En verschillend financieren. Gebrek aan personeel speelt in veel instellingen, er wordt druk nagedacht over nieuwe strategieë
n. Stages worden aangeboden, meeloopdagen georganiseerd.

Elk gevisiteerd OBC heeft een verslag ontvangen van de bevindingen van de commissie. De VOBC evalueert ondertussen de eerste visitatieronde. Voldoet ‘OBC in perspectief’? Klopt het draaiboek? Moet de commissie anders samengesteld worden? Hebben we gesproken met de mensen die we wilden spreken? Méér gesprekken met cliënten en mensen op de vloer is een wens die zich al aandient. Volgend jaar begint de 2e  visitatieronde. De OBC’s hebben ondertussen tijd om te werken aan aandachtspunten uit het verslag.

Duidelijk is al dat de medewerkers van de instellingen de gesprekken met de commissieleden erg waardeerden. Die raakten op hun beurt geïnspireerd door het contact met hun collega’s bij het te visiteren OBC. We kunnen veilig stellen dat beide partijen van de visitaties een boost hebben gekregen.

De Tweede Kamer heeft op 18 juni 2019 ingestemd met een wijziging van de Wet BIG en de Wet Zorg en Dwang.

Dit is een belangrijke stap omdat met de wijziging van de Wet BIG de orthopedagoog-generalist in het BIG-register zal worden opgenomen. De VOBC heeft zich daarvoor de afgelopen jaren, samen met tal van andere organisaties, sterk voor gemaakt. De wet moet wel nog worden aangenomen in de Eerste Kamer.
Hetzelfde geldt voor de wijziging van de Wet Zorg en Dwang. Met de wijziging wordt het mogelijk dat orthopedagoog-generalisten, maar ook gz-psychologen in de langdurige zorg de functie van wzd-functionaris kunnen vervullen. Deze functie is dus niet meer voorbehouden aan artsen.
Beide wetswijzigingen regelen een nieuwe positie voor gedragswetenschappers en zijn een erkenning voor het feit dat zij naast artsen een toegevoegde waarde hebben. Mensen met een beperking zijn immers niet ziek; gedragsproblemen komen veelal voort uit de beperkingen en kunnen door gedragsmatige interventies sterk verminderen.

Het bestuur van de VOBC biedt aan de slachtoffers haar oprechte excuses aan voor het geweld dat in de orthopedagogische behandelcentra heeft plaatsgevonden.
Het geweld, fysiek of psychisch, door hulpverleners of door kinderen en jongeren onderling, is op geen enkele manier goed te praten. Tegenover de slachtoffers betuigen wij spijt; dit had niet mogen gebeuren.
De bevindingen van het Onderzoek naar Geweld in de Jeugdzorg leren ons dat we ons hard moeten inzetten voor een jeugdhulp waarin kinderen en jongeren veilig en beschermd zijn. Uit het verleden moeten we leren voor nu en de toekomst.

Commissie De Winter
Op 12 juni 2019 presenteerde Commissie De Winter het rapport ‘Onvoldoende beschermd’, met de bevinding dat in de afgelopen zeventig jaar in alle delen van de jeugdzorg geweld heeft plaatsgevonden. Het rapport is gebaseerd op het onderzoek dat de commissie, in opdracht van het kabinet, in de afgelopen tweeëneenhalf jaar heeft gedaan naar geweld in residentiële instellingen, pleegzorg, justitiële jeugdinrichtingen, de jeugd-GGZ,  de LVB-zorg, doven- en blindeninstituten en azc’s.

Aanbevelingen
De branches Jeugdzorg Nederland, GGZ Nederland, VGN en VOBC willen leren van het rapport. De commissie doet hiervoor een aantal duidelijke aanbevelingen. De branches gaan deze maand nog in gesprek met de slachtoffers, de jongeren en professionals uit de jeugdhulp. Samen met hen willen we de aanbevelingen bespreken en waar mogelijk snel in de praktijk brengen. De Sectorstudie Geweld in de residentiële LVB-jeugdsector vindt u in Deel 2, Sector- en themastudies, pagina 125 – 158

Gehoor voor slachtoffers
De orthopedagogische behandelcentra staan open voor het gesprek met de slachtoffers. In de gesprekken willen we luisteren naar hun verhaal en waar gewenst samen zoeken naar hulp. Slachtoffers kunnen contact opnemen met Slachtofferhulp Nederland die hen bij de gesprekken kan ondersteunen. De VOBC draagt, net als de andere branches, financieel bij aan het faciliteren van lotgenotencontact.

Gemeenten krijgen dit jaar en de komende twee jaar extra geld voor jeugdzorg. De Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd (BGZJ), het samenwerkingsverband van Jeugdzorg Nederland, GGZ Nederland, VGN en VOBC, dringen er op aan dat dit geld nu ook op de goede plek landt: bij de zorg voor jeugd en de gezinnen. Na jaren van bezuinigingen door Rijk en gemeenten, zijn de grenzen voor de jeugdzorgorganisaties en hun professionals bereikt, waarschuwen de branches.  Hans Spigt, voorzitter van de BGZJ: “Het extra geld moet door gemeenten in de eerste plaats worden besteed aan ons personeel. Goede arbeidsvoorwaarden en scholing zijn essentieel om onze jongeren en gezinnen te kunnen blijven helpen. Daarnaast moeten we inhoudelijke afspraken maken met gemeenten om de kwaliteit van de inkoop te verbeteren.”

Goede zorg goede arbeidsvoorwaarden
Gemeenten krijgen dit jaar 400 miljoen en de komende twee jaren 300 miljoen euro extra. Spigt: "Wij kunnen niet voor de gemeenten bepalen of het nieuwe budget volstaat. We gaan er vanuit dat de tarieven die gemeenten aan de jeugdzorgorganisaties betalen, nu op z’n minst geïndexeerd worden.” In zijn brief benadrukt minister De Jonge het belang van faire tarieven en loon- en prijsbijstelling, maar in de praktijk zien de organisaties daar tot nu toe te weinig van terug. “Onze organisaties kunnen alleen goede zorg bieden als ze hun mensen goed kunnen belonen, opleiden en bijscholen in een uitdagende omgeving. En daarvoor zijn goede arbeidsvoorwaarden, en dus een fair tarief, van essentieel belang” aldus Spigt.

Beter werkend stelsel kan wel
Rijk en gemeenten gaan de komende maanden een aantal afspraken uitwerken om te komen tot een beter werkend stelsel. Spigt: “Dat juichen we natuurlijk toe. Dat in de brief alleen intenties staan en de uitwerking nog moet volgen, geeft wel aan dat het taaie materie is. Wij denken graag mee met de minister en de gemeenten over de aanpassingen die nodig zijn op de doelen die gemoeid zijn met de jeugdwet te behalen.” Ook de samenwerking tussen gemeenten moet volgens de jeugdbranches beter. Spigt: “Regio’s die uit elkaar vallen, regio’s die besluiten nemen die direct invloed hebben op het aanbod in aangrenzende regio’s, we zien nog te veel zaken onnodig mis gaan.”

Scholingsfonds
De branches pleiten, met steun van de VNG, voor het opzetten van een scholingsfonds om het nodige vakmanschap voor de jeugdhulp te verwerven en te behouden. Spigt: “We zien daarbij een belangrijke rol voor het Rijk, als stelselverantwoordelijke, in het (mede-)financieren daarvan. Het beschikbare opleidingsbudget bij organisaties is ontoereikend om de gewenste nieuwe kennis en competenties te realiseren en aantrekkelijk te blijven als werkgever.”

Administratieve lasten
Nog een punt waar de BGZJ kritisch naar zal blijven kijken is de administratieve lastendruk. Spigt: “Het grote probleem is dat de bestaande administratieve standaarden door veel gemeenten niet consequent en volledig worden gevolgd. Er lijkt altijd wel een goede reden voor een gemeente om, met gebruikmaking van de standaarden, het toch net even anders te doen. Al die kleine beetjes ‘anders’ door het hele land heen bij elkaar opgeteld, veroorzaken een administratieve wirwar die leidt tot verspilling van geld. Ook de aanbestedingen leiden tot grote druk op de administraties en zorgen ervoor dat er onnodig veel geld niet naar zorg  gaat. We zijn het eens met de uitspraken die minister De Jonge hierover doet in zijn brief, maar we snakken naar concrete verbeteringen.”  

De best passende zorg voor kwetsbare jongeren. Dat is het doel van het gezamenlijk actieplan dat de Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd (BGZJ) en het ministerie van VWS vandaag bekend maken. In het plan staan maatregelen om de huidige JeugdzorgPlus (gesloten jeugdhulp) te verbeteren. Zo moeten gedwongen afzonderingen tot het verleden behoren, het aantal suïcides  omlaag en moeten het aantal gesloten plaatsingen en onnodige doorplaatsingen worden verminderd. Dat wordt gerealiseerd door betere ondersteuning thuis, betere ambulante zorg en door nieuw te ontwikkelen beter passend zorgaanbod. Het plan is gemaakt door en voor de brede jeugdsector.

DOEL
Alle partijen willen dat “kwetsbare jeugdigen, die opgroeien in een gezinssituatie met (mogelijk) kwetsbare ouders, eerder, sneller en beter passende hulp kunnen krijgen”. Dat vraagt deels om nieuwe maatregelen, maar deels ook om versnelling van projecten die al in uitvoering zijn., zodat – “samen met  ouders – tijdig geïnvesteerd wordt in een omgeving die liefdevol, stabiel en veilig is en perspectief biedt op een gezonde ontwikkeling, zo thuis mogelijk”.

SCHOLING PROFESSIONALS
Zo gaan alle betrokken instellingen hun professionals scholen in suïcidepreventie en toerusten voor situaties waarin gedwongen afzonderingen niet meer zijn toegestaan. Dat moet op korte termijn leiden tot een verbeterde JeugdzorgPlus waarin minder suïcides voorkomen en het aantal gedwongen afzonderingen teruggedrongen wordt tot nul.

BETER PASSEND WOON- EN ZORGAANBOD
Uiteindelijk willen partijen voorkomen dat jongeren in de gesloten jeugdhulp terechtkomen. Dat stelt stevige eisen aan de hele jeugdketen. Zo moet de kennis in het zogeheten ‘voorveld’, zoals wijkteams en ambulante jeugdhulp, worden verbeterd. Ook is het nodig nieuw beter passend woon- en zorgaanbod te ontwikkelen. Dat vraagt om (meer) samenwerking, o.a. tussen de JeugdzorgPlus en de jeugd-ggz,  om investeringen in vakmanschap en in vastgoed, maar ook om rust en ruimte voor de sector. De randvoorwaarden daarvoor worden nader ingevuld door Rijk,  gemeenten en instellingen.

BREED GEDRAGEN
Het plan is geschreven door gedragswetenschappers, kinder- en jeugdpsychiaters en andere deskundigen uit de branches Jeugdzorg Nederland, GGZ Nederland, VGN en VOBC (samen in de BGZJ) en het ministerie van VWS. Aan het plan werkten verschillende partijen mee  die ook medeverantwoordelijkheid voelen voor de uitvoering: VNG, Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd, het Nederlands Jeugdinstituut, Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, de beroepsverenigingen BPSW, NVvP, NIP en NVO. Daarnaast is gesproken met een groot aantal (ervarings)deskundigen die ook betrokken worden bij de uitvoering. Het plan kent een looptijd van drie jaar en wordt tussentijds geëvalueerd.

Voor het volledige rapport klikt u hier.

Congres over diagnostiek en behandeling van gedragsproblematiek bij mensen met een licht verstandelijke beperking.

Het 5e congres Met het oog op behandeling zal plaatsvinden donderdag 14 november 2019 in het Postillion Hotel Utrecht Bunnik.
In de inleidingen en workshops staat dit jaar het thema ‘Agressie’ centraal.

Noteer 14 november alvast in uw agenda!  

Voor het laatste nieuws over Met het oog op behandeling 5 volg ons op www.kenniscentrumlvb.nl en www.deborg.nl.

De openingsdatum voor inschrijving en verdere inhoudelijke informatie volgen binnenkort.

Met Het Oog op Behandeling is een gezamenlijk initiatief van De Borg, VOBC en het Landelijk Kenniscentrum LVB.

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft een beperkt onderzoek gedaan naar de stand van zaken van de regionale expertteams. De instelling van deze expertteams komt voort uit de 24-uurssessie van de VNG, VWS en aanbieders van gespecialiseerde jeugdhulp in 2017. De afspraak was dat elke jeugdregio zou beschikken over een regionaal expertteam om ervoor te zorgen dat elk kind met complexe casuïstiek snel passende hulp krijgt, ongeacht de complexiteit van de zorgvraag en wachtlijsten.

De IGJ concludeert dat de teams nog volop in ontwikkeling zijn en nog tot passende hulp voor elk kind met complexe problematiek leidt. In de factsheet “De regionale expertteams: nog stappen te zetten” omschrijft de inspectie de onderdelen van succes en levert zij bouwstenen die een bijdrage kunnen  leveren aan de doorontwikkeling van deze teams.

donderdag, 11 oktober 2018 11:52

Accreditatiebeleid: “OBC in perspectief”

In de publicatie “OBC in perspectief” beschrijven de Orthopedagogische Behandelcentra, verenigd in de VOBC, de kwaliteitscriteria waaraan de behandeling voor jeugdigen en (jong)volwassenen met een licht verstandelijke beperking en ernstige gedragsproblemen moet voldoen.

Het document is opgesteld in het kader van de continue kwaliteitsverbetering waar de OBC’s zich in VOBC-verband aan verbonden hebben. Onderdeel van deze kwaliteitsverbetering is een onderlinge visitatiecyclus waarmee de OBC’s dit jaar begonnen zijn en die elke twee jaar zal worden uitgevoerd. Met deze werkwijze toetsen de OBC’s elkaars kwaliteit en identificeren ze onderwerpen waarop deze kwaliteit verbeterd kan worden.

Op termijn zal dit leiden tot het toekennen van een keurmerk, waarmee de OBC’s kunnen laten zien dat zij aan de gestelde kwaliteitscriteria voldoen. In het document kunt u lezen hoe deze visitatiecyclus wordt vormgegeven.

Met de publicatie willen de OBC’s ook aan hun samenwerkingspartners laten zien wat deze behandeling inhoudt en van welke specifieke kwaliteit deze moet zijn.

De maatschappelijke positie van mensen met een licht verstandelijke beperking staat volop in de belangstelling. Voor een steeds groter wordende groep wordt deelname aan de samenleving almaar moeilijker. Veel organisaties spannen zich in om de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van deze mensen te bevorderen. Samenwerking tussen deze organisaties is daarbij erg belangrijk, omdat de problematiek waarmee deze mensen kampen vaak op allerlei levensterreinen betrekking heeft: onderwijs, arbeid, wonen, vrijetijdsbesteding etc.

Het is voor deze organisaties goed om van elkaar te weten wat ze doen en van welke kwaliteit hun dienstverlening is. Met “OBC in perspectief” willen de Orthopedagogische Behandelcentra hieraan een bijdrage leveren.

Het Rijk en de VNG hebben een Transformatiefonds ingesteld om de vernieuwing van het jeugdhulpstelsel een extra impuls te geven. Van 2018 tot en met 2020 is jaarlijks € 36 miljoen aan transformatiebudget beschikbaar, in totaal dus € 108 miljoen. Het Transformatiefonds is onderdeel van het Actieprogramma Zorg voor Jeugd.

De aanvragen voor het Transformatiefonds lopen via de 42 jeugdhulpregio’s. Aanvragen moeten uiterlijk 1 oktober 2018 worden ingediend.

Voor het beoordelen van de aanvragen zijn beoordelings- en toetsingscriteria opgesteld. Zie hiervoor de spelregels.

Een expertteam van de Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd (Jeugdzorg Nederland, GGZ Nederland, VGN en VOBC) heeft elf mogelijke onderwerpen geselecteerd die aantoonbaar een bijdrage leveren aan de transformatie. Deze voorbeelden kunnen behulpzaam zijn bij het formuleren van voorstellen die een bijdrage leveren aan het realiseren van de transformatiedoelstellingen. Klik hier voor een toelichting op de totstandkoming en de selectie van de voorbeelden. De voorbeelden zelf vindt u hier.

Gemeenten en aanbieders zijn uiteraard vrij om te komen met andere voorstellen.

De gemeentelijk en BGZJ-regioambassadeur zorglandschap kunnen de regio’s ondersteunen bij het ontwerpen van regionale plannen. Klik hier voor de contactgegevens van de regioambassadeurs.

Eind april 2018 hebben de bewindslieden van VWS en Rechtsbescherming hun programma “Geweld hoort nergens thuis” gepresenteerd. In het programma geven de bewindslieden aan welke acties zij willen ondernemen om huiselijk geweld en kindermishandeling aan te pakken. Het programma kent drie actielijnen:

·         Actielijn 1: Eerder en beter in beeld

Door huiselijk geweld en kindermishandeling eerder en beter in beeld te brengen, kan eerder worden gehandeld waardoor de duur van het geweld wordt verkort en erger kan worden voorkomen.

·         Actielijn 2: Stoppen en duurzaam oplossen

Ingezet wordt op afstemming tussen diverse partijen om veiligheid te creëren in onveilige situaties, om te zorgen voor effectieve hulverlening, voor slachtoffers, gezinnen en andere betrokkenen, maar ook voor plegers om herhaling te voorkomen.

·         Actielijn 3: Aandacht voor specifieke groepen

Voor een aantal specifieke doelgroepen met specifieke problemen is om verschillende redenen extra aandacht nodig.

In het programma worden mensen met een licht verstandelijke beperking expliciet genoemd. Kinderen van ouders met een licht verstandelijke beperking bevinden zich vaak in kwetsbare opvoedsituaties. Het niet herkennen van de LVB wordt daarbij als knelpunt genoemd. Ook worden jeugdigen met LVB-problematiek als kwetsbare groep genoemd om slachtoffer te worden van loverboys.

Wij zijn met het Ministerie van VWS in gesprek over de wijze waarop wij een bijdrage kunnen leveren aan dit programma

Het programma “Geweld hoort nergens thuis” vindt u hier.

Pagina 1 van 5