LKC LVB | Links | Contact

vobc

vobc

donderdag, 11 oktober 2018 11:52

Accreditatiebeleid: “OBC in perspectief”

In de publicatie “OBC in perspectief” beschrijven de Orthopedagogische Behandelcentra, verenigd in de VOBC, de kwaliteitscriteria waaraan de behandeling voor jeugdigen en (jong)volwassenen met een licht verstandelijke beperking en ernstige gedragsproblemen moet voldoen.

Het document is opgesteld in het kader van de continue kwaliteitsverbetering waar de OBC’s zich in VOBC-verband aan verbonden hebben. Onderdeel van deze kwaliteitsverbetering is een onderlinge visitatiecyclus waarmee de OBC’s dit jaar begonnen zijn en die elke twee jaar zal worden uitgevoerd. Met deze werkwijze toetsen de OBC’s elkaars kwaliteit en identificeren ze onderwerpen waarop deze kwaliteit verbeterd kan worden.

Op termijn zal dit leiden tot het toekennen van een keurmerk, waarmee de OBC’s kunnen laten zien dat zij aan de gestelde kwaliteitscriteria voldoen. In het document kunt u lezen hoe deze visitatiecyclus wordt vormgegeven.

Met de publicatie willen de OBC’s ook aan hun samenwerkingspartners laten zien wat deze behandeling inhoudt en van welke specifieke kwaliteit deze moet zijn.

De maatschappelijke positie van mensen met een licht verstandelijke beperking staat volop in de belangstelling. Voor een steeds groter wordende groep wordt deelname aan de samenleving almaar moeilijker. Veel organisaties spannen zich in om de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van deze mensen te bevorderen. Samenwerking tussen deze organisaties is daarbij erg belangrijk, omdat de problematiek waarmee deze mensen kampen vaak op allerlei levensterreinen betrekking heeft: onderwijs, arbeid, wonen, vrijetijdsbesteding etc.

Het is voor deze organisaties goed om van elkaar te weten wat ze doen en van welke kwaliteit hun dienstverlening is. Met “OBC in perspectief” willen de Orthopedagogische Behandelcentra hieraan een bijdrage leveren.

Het Rijk en de VNG hebben een Transformatiefonds ingesteld om de vernieuwing van het jeugdhulpstelsel een extra impuls te geven. Van 2018 tot en met 2020 is jaarlijks € 36 miljoen aan transformatiebudget beschikbaar, in totaal dus € 108 miljoen. Het Transformatiefonds is onderdeel van het Actieprogramma Zorg voor Jeugd.

De aanvragen voor het Transformatiefonds lopen via de 42 jeugdhulpregio’s. Aanvragen moeten uiterlijk 1 oktober 2018 worden ingediend.

Voor het beoordelen van de aanvragen zijn beoordelings- en toetsingscriteria opgesteld. Zie hiervoor de spelregels.

Een expertteam van de Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd (Jeugdzorg Nederland, GGZ Nederland, VGN en VOBC) heeft elf mogelijke onderwerpen geselecteerd die aantoonbaar een bijdrage leveren aan de transformatie. Deze voorbeelden kunnen behulpzaam zijn bij het formuleren van voorstellen die een bijdrage leveren aan het realiseren van de transformatiedoelstellingen. Klik hier voor een toelichting op de totstandkoming en de selectie van de voorbeelden. De voorbeelden zelf vindt u hier.

Gemeenten en aanbieders zijn uiteraard vrij om te komen met andere voorstellen.

De gemeentelijk en BGZJ-regioambassadeur zorglandschap kunnen de regio’s ondersteunen bij het ontwerpen van regionale plannen. Klik hier voor de contactgegevens van de regioambassadeurs.

Eind april 2018 hebben de bewindslieden van VWS en Rechtsbescherming hun programma “Geweld hoort nergens thuis” gepresenteerd. In het programma geven de bewindslieden aan welke acties zij willen ondernemen om huiselijk geweld en kindermishandeling aan te pakken. Het programma kent drie actielijnen:

·         Actielijn 1: Eerder en beter in beeld

Door huiselijk geweld en kindermishandeling eerder en beter in beeld te brengen, kan eerder worden gehandeld waardoor de duur van het geweld wordt verkort en erger kan worden voorkomen.

·         Actielijn 2: Stoppen en duurzaam oplossen

Ingezet wordt op afstemming tussen diverse partijen om veiligheid te creëren in onveilige situaties, om te zorgen voor effectieve hulverlening, voor slachtoffers, gezinnen en andere betrokkenen, maar ook voor plegers om herhaling te voorkomen.

·         Actielijn 3: Aandacht voor specifieke groepen

Voor een aantal specifieke doelgroepen met specifieke problemen is om verschillende redenen extra aandacht nodig.

In het programma worden mensen met een licht verstandelijke beperking expliciet genoemd. Kinderen van ouders met een licht verstandelijke beperking bevinden zich vaak in kwetsbare opvoedsituaties. Het niet herkennen van de LVB wordt daarbij als knelpunt genoemd. Ook worden jeugdigen met LVB-problematiek als kwetsbare groep genoemd om slachtoffer te worden van loverboys.

Wij zijn met het Ministerie van VWS in gesprek over de wijze waarop wij een bijdrage kunnen leveren aan dit programma

Het programma “Geweld hoort nergens thuis” vindt u hier.

donderdag, 31 mei 2018 13:37

Administratieve lasten blijven hoog

Vermindering van administratieve lasten is sinds de decentralisaties in 2015 een belangrijk aandachtspunt. Ondanks diverse inspanningen blijven zorgaanbieders geconfronteerd worden met een grote regeldruk die ten koste gaat van de hulp aan jeugdigen en gezinnen.

Op 30 mei 2018 vond overleg plaats tussen de bewindslieden van VWS en de Tweede Kamer over de noodzakelijke vermindering van deze administratieve lasten. De branches gespecialiseerde zorg voor jeugd (Jeugdzorg Nederland, GGZ Nederland, Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland en de VOBC) hebben in een brief aan de Tweede Kamer aangegeven wat vermijdbare administratieve lasten zijn en hoe die zijn te verminderen.

De brief van de BGZJ aan de Tweede Kamer vindt u hier.

De Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd (BGZJ) onderschrijven in grote lijnen de ambities van minister De Jonge (VWS). De minister presenteerde vandaag zijn plannen in het programma Zorg voor Jeugd. De BGZJ, het samenwerkingsverband van Jeugdzorg Nederland, GGZ Nederland, VGN en VOBC, gaat nu graag snel aan de slag samen met alle andere partijen. Tegelijkertijd zullen de branches de minister en gemeenten constructief kritisch volgen bij de uitvoering van de aangekondigde maatregelen. 

De minister wil in zijn programma onder meer dat kinderen die in hun ontwikkeling worden bedreigd eerder en effectiever worden beschermd. Daarnaast wil hij pleegzorg standaard beschikbaar maken voor kinderen tot 21 jaar en wil hij dat elke jongere in de jeugdzorg een toekomstplan maakt. De BGZJ was betrokken bij de totstandkoming van het programma. Voorzitter Frank Bluiminck: “Niet al onze wensen zijn overgenomen, maar in grote lijnen omarmen we dit programma.” De BGZJ wil nu snel aan de slag met de uitvoering. Bluiminck: “De tussenevaluatie van de Jeugdwet liet zien dat er nog het nodige moet gebeuren om elk kind en elk gezin de hulp te bieden die het nodig heeft. Die urgentie ziet de minister gelukkig ook. Dus nu kunnen en moeten we echt stappen gaan zetten.”

Kritisch volgen
De branches zijn partners in het verwezenlijken van de ambities, maar zullen Rijk en gemeenten ook kritisch volgen bij de uitvoering van de aangekondigde maatregelen. Dan gaat het onder meer om het verbeteren van de toegang naar jeugdhulp, het vergemakkelijken van de overgang naar volwassenheid voor jongeren in de jeugdhulp, het verbinden van zorg en onderwijs en het op orde brengen van de randvoorwaarden zoals het verminderen van de administratieve lasten.

Klik hier voor het Actieprogramma Zorg voor jeugd en hier voor de brief van de minister aan de Tweede Kamer.

dinsdag, 30 januari 2018 14:10

Eerste evaluatie Jeugdwet verschenen

Op 30 januari 2018 is de eerste evaluatie van de Jeugdwet verschenen. De evaluatie geeft inzicht in de werking van de Jeugdwet in de praktijk, drie jaar na de inwerkingtreding. De evaluatie kan aangemerkt worden als een tussenevaluatie. De evaluatie laat zien hoe de Jeugdwet uitpakt voor kinderen en ouders, gemeenten als regisseurs van het jeugdbeleid en voor jeugdhulpaanbieders en –professionals. Daarnaast wordt ingegaan op de werking van het juridisch instrumentarium van de wet.

De Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd (Jeugdzorg Nederland, GGZ Nederland, de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland en de Vereniging Orthopedagogische Behandelcentra) hebben hun eerste reactie op deze evaluatie gegeven. De conclusies zijn herkenbaar, maar de echte transformatie moet nog komen.

Klik hier voor het evaluatierapport en de brief van het Ministerie van VWS
Klik hier voor de reactie van de BGZJ

donderdag, 06 juli 2017 14:57

Oratie Xavier Moonen

Op woensdag 5 juli 2017 sprak prof. dr. X.M.H. (Xavier) Moonen zijn oratie uit in verband met zijn benoeming tot bijzonder hoogleraar Kennisontwikkeling over Jeugdigen en Jongvolwassenen met Licht Verstandelijke Beperkingen en Gedragsproblemen.

vrijdag, 17 februari 2017 12:28

Van Rijn: “Laten we niet naïef zijn”

Dat zei staatssecretaris Martin van Rijn bij het in ontvangst nemen van de tien aanbevelingen van de commissie ‘Aanpak minderjarige slachtoffers mensenhandel/ loverboys met een licht verstandelijke beperking (LVB) of psychische problematiek (GGZ)’. Er zijn nog steeds kwetsbare jongeren die ‘tussen de kieren van onze aanpak glippen’. 

dinsdag, 20 december 2016 16:58

Startschot Academische Werkplaats Kajak

In de galmende akoestiek van Utrechtse Janskerk klonk op donderdagmiddag 15 december jl. het startschot voor de Academische Werkplaats Kajak. Onder leiding van dagvoorzitter Ruben Maes discussieerden zo’n 130 aanwezigen over wat er nodig is om kinderen, jongeren en jongvolwassenen met een licht verstandelijke beperking en psychische problemen de juiste diagnostiek, behandeling en ondersteuning te bieden en om deze mensen zo veel mogelijk mee te laten doen in de samenleving. “Het gaat erom hoe we reilen en zeilen met mensen met een beperking, mensen die anders zijn en denken. We willen bouwen aan een inclusieve samenleving”, zo vatten enkele aanwezigen de discussie samen.

In opdracht van de VOBC heeft Stichting Alexander een landelijke rapportage opgesteld met de resultaten van de afname van de C-toets OBC bij acht Orthopedagogische Behandelcentra. De C-toets OBC is een specifiek op deze centra toegesneden instrument voor het meten van de tevredenheid van cliënten.
Het is de derde keer dat een dergelijke landelijke rapportage wordt opgesteld.
Uit de rapportage blijk dat cliënten en ouders tevreden zijn over de dienstverlening van de OBC’s. Over de hele linie is de tevredenheid toegenomen ten opzichte van de eerdere landelijke rapportages in 2010/2011 en 2013.
Jongeren die intramuraal worden behandeld geven een gemiddeld rapportcijfer van 6,78; hun ouders gemiddeld 7,44. Jongeren die ambulant worden behandeld geven een gemiddeld rapportcijfer van 7,62; hun ouders gemiddeld 8,13.
Met name ouders zijn zeer tevreden over de manier waarop ze contact hebben met de OBC’s en over de manier waarop ze bejegend worden.
Naast dit positieve beeld geven de respondenten ook aan op welke punten de hulpverlening verbeterd zou kunnen worden: bijvoorbeeld over de bekendheid met klachtenprocedures, over de bekendheid met het behandelplan.

Het volledige rapport vindt u hier.

Pagina 1 van 5